Als een verhaal

4.   Als een verhaal slecht eindigt … betekent het dat het verhaal nog niet ten einde is!

Toen onze wegen elkaar kruisten, hadden we allebei een moeilijk verleden achter de rug. Onze ontmoeting was als een nieuw begin, een enorme vreugde, als een geschenk van het leven! Heel snel kregen we het nieuws dat ons nestje groter zou worden …het mooiste geschenk van het leven! Een vreugde die we deelden bij elke echo.  Maar op een avond is de toon streng en helder, geen ruimte voor twijfel, het bloedonderzoek geeft slechte resultaten. Alles wijst erop dat ons kind getroffen is door trisomie 18. Allebei beslissen we meteen het te aanvaarden… maar al snel vernemen we dat kinderen met deze afwijking helemaal niet levensvatbaar zijn. We wachten wekenlang op een gespecialiseerde echo. Een wolk van regen vloeit over mijn wang. Ik hoor de bevestiging als een slag van de hamer. De dokter wil geruststellen, hij toont ons haar handje, haar voetje en dan een lange stilte. Hij roept zijn collega, ze praten lang in het Engels. Ze kunnen niet begrijpen hoe het hartje kan kloppen. Als het dat maar is, men doet wonderen tegenwoordig in cardiologie. We blijven hopen.  De tijd gaat voort en we vernemen dat alle organen zijn aangetast. Ik weet niet meer hoe ik heet, hoe, waarom, wat doen. Men stelt ons verder onderzoek voor, een gesprek met specialisten die ons bevrijden van ons schuldgevoel en ons allerlei mogelijkheden voorstellen. Wij kiezen één van hun voorstellen uit. We breken de zwangerschap af op een moment dat de neurale verbindingen nog niet gevormd zijn en onze kleine Lucie kan inslapen zonder pijn te lijden.

We praten lang met onze gynaecoloog  over onze keuze, over wat ze precies inhoudt, wat de gevolgen voor ons leven kunnen zijn. We bepalen een  datum. Het is verschrikkelijk, de tijd staat stil, onze kracht is weg, de wekker gaat, we pakken mekaar vast, nee, ik wil dat niet… en toch! De bevalling is verschrikkelijk, duurt een eeuwigheid, is pijnlijk, maar we worden ondersteund door een ongelooflijk menselijke ploeg. Ze zijn er als het nodig is, vinden de woorden die we nodig hebben. Het is 3 uur in de morgen wanneer de verschrikkelijke verlossing komt. We zijn bang, we willen onze dochter liever niet zien. De dokter stelt ons gerust, geeft uitleg…

Het is ochtend, we moeten de begrafenis regelen.

Er komt een priester, hij luistert naar ons, bidt met ons en gaat onze dochter halen.

De dokter heeft compressen gelegd op wat zou kunnen “choqueren”, we krijgen alle tijd om haar te leren kennen. De liefde doorstraalt alles, we vinden haar prachtig. De dokters zijn fantastisch, heel attent, ze houden zich bezig met ons kind alsof ze nog leefde.

We komen thuis, de tijd staat nog steeds stil, we zijn zelfs vergeten dat het binnenkort Kerstmis is. We kiezen een urne voor onze baby. Er is er maar één geschikt voor haar lengte, vol symbolische pracht, zowel van materiaal als vorm. We schrijven elk een brief aan Lucie, zonder dat het was afgesproken. We leggen de 2 brieven samen tot één tekst die wordt voorgelezen op haar begrafenis.

Ik leef niet meer, ik wil weg van de werkelijkheid, niet meer weten, niet meer voelen, niets meer herinneren… ik vlucht in de slaap. Telkens ik wakker word, neem ik terug een slaappil. Als de doos leeg is, word ik dan toch wakker. Ik ben vol van een niet te meten woede, boos op de hele wereld; “Waar is God hier, waarom heeft Hij dat toegelaten?”. Ik verlies de band met de werkelijkheid, ik brul, schreeuw, huil. Mijn pijn is onzegbaar, ik maak alles kapot op mijn weg, ik zeg verschrikkelijke dingen, help, ik sterf!

Ik word naar het hospitaal gebracht en word er geholpen. Ik heradem. We ontmoeten Levensadem en we gaan ons herbronnen in “l’Envie de Souffler”, in Pesche.  Het leven herneemt zijn loop.

Het leven, het evangelie heeft ons geleerd dat als het verhaal slecht afloopt, het betekent dat het verhaal nog niet ten einde is.

 De maanden gaan voorbij en op een dag vernemen we dat er weer een kleintje op komst is. Onze vreugde gaat gepaard met veel angst en bezorgdheid. We houden onze adem in tot 20 weken zwangerschap. Alles gaat goed. Het is een jongen, hij zal Charly heten. We hebben een  prachtige geboorte meegemaakt, met een vijfsterrenploeg, de herinnering is magisch.

Maar heel vlug worden we ingehaald door de emoties. De wisseling van hormonen laat me terug vallen in de angsten van enkele maanden geleden. Ik krijg een depressie. Opnieuw naar het ziekenhuis. Charly begrijpt het niet, hij drinkt zijn flesjes maar half op, behalve wanneer hij me in het ziekenhuis komt bezoeken. Wanneer ik thuiskom, kijkt hij me niet aan, wendt zich af. De kinderarts is ongerust en suggereert me hem te vertellen over mijn gevoelens, over alle gebeurtenissen rond zijn geboorte. Ik voel me een beetje dom, maar ik vertel hem alles. Hij kijkt me aan met zijn grote ogen, met veel aandacht voor mijn intonatie, hij lacht naar mij. Een glimlach die zijn opluchting laat zien dat hij echt helemaal bemind wordt voor wie hij is.

Wij begrijpen ook dat we door onze kleine Charly, het verleden kunnen loslaten, dat we ons nu volop op de toekomst richten; een nieuwe start kondigt zich aan… We beginnen een Emmaüsweg met Levensadem, en zijn vol verbazing te zien hoe krachtig het Woord is, hoe het ons raakt midden in ons leven.

Het is een avontuur dat ons mooie ontdekkingen van vrede, liefde en vergeving onthult.

L. en D.